Het mag groeien!

Een klein zaadje werd door de wind meegedragen en kwam op het blad van een grote boom terecht. De grote boom schonk er geen aandacht aan, omdat hij het veel te druk had met pronken en pralen in de volle zon. Stoer en weids strekte hij zijn verkoelende bladeren uit. Zich bewust van zijn pracht en kracht, luisterde hij naar de mensen, die elkaar vertelden dat de boom wel 600 jaar oud kon zijn. Dat hij nog steeds vol leven en groene kracht de mensen koelte gaf en beschutting tegen zon en regen.

Misschien uit verveling of uit neerbuigende beleefdheid begon de grote boom op een dag toch een gesprek met het zaadje. “Jij komt zeker uit een arme familie en hebt van huis uit niet veel meegekregen?” Het kleine zaadje schrok van de zelfverzekerde stem en zweeg. De grote boom ging verder: “Wij zijn van een groot geslacht en door mensen altijd gewaardeerd. Onze toekomst was groots en vol beloften van ons ontstaan af. Mijn familie heeft al eeuwenlang perken en pleinen een mooi aanzien gegeven. De mensen houden rekening met ons, want als er wegen moeten worden aangelegd of huizen gebouwd, dan worden wij ontzien. Wij staan sterk. Ver in het verleden en nog verder in de toekomst zal onze groei gaan.”

Het kleinste zaadje verbaasde zich aanvankelijk over dit gesprek. Maar geleidelijk aan werd het al bozer en bozer om zoveel trots en eigenwaan. Bits en afgemeten beet het naar de grote boom toe: “Maar ik heb ook leven in me!” De grote boom begon te schudden van het lachen en sloeg zo wild met zijn takken en bladeren als bij een storm. Het zaadje was zeer terneergeslagen en liet zich van het blad glijden en kwam een eind van de grote boom op de grond terecht. Het begroef zich in de aarde en putte zich uit in groeikracht.

En langzaam begon het leven in hem te ontwaken. Eerst schuchter en klein, aarzelend en teder van kleur. Maar van jaar tot jaar werd het groter. Vogels bouwden hun nesten in zijn takken en de mensen waardeerden hem om zijn frisheid en om zijn silhouet tegen de hemel. En in de volksmond heette hij de Nieuwe, omdat in hem iets ouds tot nieuw leven was gekomen. Ook de oude boom verzoende zich ermee en hij zag het andere dat de Nieuwe bracht. Hun takken raakten elkaar en samen boden ze de mensen een koele plek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *